Logo Joannes Késenne

madpxl

Melancholie op de drempel van de 21ste eeuw

In 1910 schreef ene Carlo Michelstaedter, een jonge Italiaanse student in de filosofie, enige dagen voorafgaand aan zijn zelfmoord, in zijn dagboek de volgende zingende zin neer, als het lied van een boomleeuwerik: “Melancholie is een zachte, regelmatige regen, omdat ze de mensen de oneindige monotonie, de onveranderlijkheid en het ontbreken van elk doel der dingen meedeelt.” Zou dit vandaag misschien anders horen te klinken? Zou de regen in dagen van postmoderniteit minder zacht neerpletsen op raamkozijnen? Of minder regelmatig soms? Zou haar monotonie minder oneindig vervelen? Zou het doel der dingen minder ontbreken? Of heeft de melancholie ons vandaag gewoon iets anders “mee te delen”? In deze tijden van globalisering en multiculturaliteit oogt dit plaatje aan druilerigheid wellicht niet swingend genoeg tussen veelbelovende kerstkalkoenen,  tussen overtuigingsstrategieën van politieke bulldozers en subtiele spelletjes van mediale sluipschutters.
En toch. Er was zopas de schitterende tentoonstelling “Melancholia” van Anish Kapoor in het MAC’s van Le Grand Hornu (een initiatief van de immer esthetisch gestemde directeur Laurent Busine) en straks pakt de directeur van het Picassomuseum, Jean Clair, in het najaar  uit met een groots opgezette tentoonstelling in het Grand Palais te Parijs onder de titel: “ Génie et Folie en Occident. Une Histoire de la Mélancolie ”. Deze kunsthistoricus van de moderniteit  zoekt de problematiek van de melancholie vooral in de spanning tussen de reactionairen en progressieven uit het entre-deux-guerres, tussen de classici en de “techneuten” zeg maar, een spanning waaraan de opkomst van het nazisme niet onverschillig moet zijn geweest. Ver van deze politieke context echter, las ik recentelijk in een bijlage van de krant De Standaard schrijfster Annelies Verbeke zeggen: “Melancholie heeft voor mij te maken met vergankelijkheid”, muzikant Gabriel Ros spreken over een “mysterieus en subtiel gevoel”, acteur Koen De Bouw het hebben over een “poging om te ontsnappen aan de materie waarin we gevangen zitten” en actrice Hilde Van Mieghem over “een soort weemoed”.

Gewoon, om maar te zeggen, het is toch wel vreemd hoe mensen van vandaag die betekenaar “ melancholie “ allemaal aan verlangen linken!

De kinderen van Saturnus

De vergelijking van Horatius uit zijn Ars Poetica indachtig, zouden woorden zijn als de bladeren van een boom: ze ontstaan, groeien en sterven weer af. Met het woord melancholie is dat echter niet het geval. Het woord stamt uit de Griekse antieke geneeskunde, toen was melancholie een van de vier humoren, en overspant inmiddels 2500 jaar westerse cultuurgeschiedenis. De betekenis daarentegen is doorheen de diverse historische periodes niet dezelfde gebleven, maar is bestendig veranderd. De Griekse artsen hielden de melancholia (letterlijk: zwarte gal) voor een ziekelijke degeneratie van de gal. Aristoteles dacht daar anders over. Hij (maar meer waarschijnlijk van de hand van Theophrastus) liet een geschrift na waarin hij zich uitliet over de vele mogelijkheden van de melancholie en zich afvroeg hoe het komt dat “uitzonderlijke mensen inzake filosofie, politiek en kunsten melancholici zijn”?  Een natuurlijke melancholie was te onderscheiden van een pathologische. Kortom melancholie als voorwaarde tot geniale scheppingen. Eeuwen later zal de arts Rufus van Ephese (de bron van de Arabische geneeskunde) dan weer omgekeerd stellen dat  genieën een risicogroep vormen om in melancholie te vervallen. De christelijke kerk zou zich daar altijd heftig tegen verzetten, want dit zou wel eens kunnen betekenen dat men het monnikengemoed dat “ acedia”  heet, evengoed voor melancholie zou kunnen aanzien! In de late Middeleeuwen ziet dan weer een eerder “ poëtische “ melancholie het licht  in de werken van Boccaccio en Petrarca: een melancholie van de erotica. Vanuit de Arabische astrologie brengt men echter melancholie met het saturnale in verband. In het werk van de renaissancist Ficino vinden deze diverse tradities een synthese. Melancholie werd, als het aan Ficino zou liggen, voortaan het waarmerk van intellectuele superioriteit. Vooral de Elizabethaanse schrijvers en de zestiende-eeuwse denker Robert Burton in zijn monumentale studie “The Anatomy of Melancholy”, komen onder invloed hiervan. Melancholie wordt een beschavingskwaal: een fundamentalistisch onbehagen in de cultuur van de intellectueel an sich. Maar even later kan melancholie evengoed tot zelfmoord leiden (Die Leiden des jungen Werthers) als tot “zeldzame vreugde” (Addison, Steele). Filosofen als Kant zullen er het “Gefühl vor das Erhabene” in herkennen en Kierkegaard de pijnlijke afstand tussen de mensen en God. In de negentiende-eeuwse dichtkunst (Baudelaire, Verlaine, Leopardi) komt vooral het tragische levensgevoel bovendrijven. We zijn hier ver verwijderd van de opvatting van melancholie als de principiële onmogelijkheid tot het bereiken van absolute kennis, want die is in handen van God, zoals er van de Grieken tot de renaissance al sprake van was geweest. Het lijkt erop alsof deze poëtische melancholie in het twintigste-eeuwse modernisme is blijven verder woekeren.
Of toch niet?
Laten we dan toch maar eerst eens kijken hoe een kunstenaar als Anish Kapoor  zich situeert binnen deze rijke iconografische traditie van de melancholie, vooraleer te vertrouwen op de emotionele ontboezemingen van onze al te postmoderne jongens en meisjes uit de media.

Kunst & melancholie

De artistieke interesse voor de thematiek van de melancholie is maar pas in de late renaissance ontstaan. In navolging namelijk van de herleving die Ficino’s neoplatonisme in Florence wist los te weken. Een intellectueel begaafd kunstenaar als Albrecht Dürer bleek daar bijzonder gevoelig voor. Hij realiseert een paradigmatisch beeld: de inmiddels beroemde gravure “ Melencolia I “ (1514), waarop een vrouwelijke engel als personificatie van de melancholie verschijnt middenin een chaos van geometrische en architecturale objecten. Ze figureert tussen tal van iconografische en magische attributen. Het is hier niet de plek om deze toch wel bijzonder belangwekkende kopergravure te analyseren.
Het is niettemin des te opmerkelijker dat een kunstenaar als Lucas Cranach de Oude, onmiskenbaar onder invloed van Luther en Melanchton, het liefst drie kunstwerken lang het de moeite vindt om hierop te repliceren met het neerzetten van een type “satanische melancholica” (o.a. in “ Mélancolie, 1532 “ in het Musée d’Unterlinden te Colmar). We worden bij Cranach geconfronteerd met het tegendeel van een doordachte intellectuele die treurt over het feit dat ze een rationele kwestie niet kan oplossen. Neen, onze edele melancholische engel is inmiddels verworden tot een type heks, een ordinaire prostituee die jongleert met de waardevolle dingen des levens. Deze demon is een restant van de middeleeuwse acedia-opvatting. De angst voor de verzoekingen van de duivel tijdens momenten van geestelijke zwakte. De thematiek van de melancholie kent sinds het einde van de Middeleeuwen een indrukwekkende geschiedenis waarbij diverse registers werden opengetrokken in de beeldende kunsten, literatuur, muziek, filosofie en geneeskunde.
 
De geometrie van de leegte

Het monumentale werk “Melancholia”, dat Kapoor in een voormalige hooischuur van Le Grand Hornu heeft opgetrokken (een collectieaankoop van de Waalse Gemeenschap), schrijft zich duidelijk in binnen deze humanistische traditie van Dürer. Hij licht drie elementen op uit Dürers concept: de vrouw, de geometrie en de leegte.  Bij Dürer overheerst en gevleugelde imposante vrouwenfiguur. Geometrische objecten slingeren in het rond: passer, sferische bol, afgeknotte romboëder, ... Herinneren wij ons dat Dürer zelf de plastische kunsten opvatte als toegepaste meetkunde: “Ik stel mij tot doel: de maat, het getal en het gewicht.” De boodschap luidde destijds: al de kennis die de wereldse genieën ter beschikking staan om zich te verdiepen in de rationele en verbeeldingrijke werelden van wetenschap en kunst, deze volstaan gewoon niet om het mysterie van het universum te beheersen! Kapoor formuleert het vandaag  zo: “De melancholie is nooit af. We moeten haar geschiedenis verder schrijven. De geometrie is een melancholisch concept par excellence, omdat het de poging incarneert ooit de metafysische perfectie te bereiken. Zo leert ze ons iets te begrijpen van het donkere, van de schaduwzijden in onze geest.” Kapoor toont de omkeerbaarheid van cirkel in vierkant, van het hemelse én het aardse. Hoe ze via een leegte een overslagbeweging kunnen maken, zonder dat we ooit in de leegte van de tunnel het kantelpunt met eigen ogen zouden kunnen zien. Tevens bevinden cirkel en vierkant zich in een bepaald gespannen verhouding, zoals ze door een meer dan 50 meter lang wit pvc-zeil uit mekaar schijnen te spatten. De kwadratuur van de cirkel vindt hier een eigentijdse uitdrukking. Hoewel ... met deze kritische bedenking: de muren van de hooischuur beperken toch al te zeer elk totaalzicht op deze creatie.  
Maar met de metafoor van de leegte bijt Kapoors werk zich al te publiekelijk vast aan een modernistisch voorbeeld. Zijn bijna honderd schitterende gouaches ogen klaarblijkelijk als repetitieve iconen van Rothko’s oeuvre. Wanneer bij Rothko het zweven van het kleurvlak tegen een achtergrond centraal stond, keert Kapoor kennelijk gewoonweg de handschoen om: het handelt thans over het verdwijnen van iets raadselachtigs onbepaalds uit een kleurvlak. Het is wel opmerkelijk dat Rothko  ooit bekende als aquarelschilder te hebben willen excelleren. En dat wij vandaag meemaken dat Kapoor deze gemiste droom van Rothko in alle stilte in zijn atelier heeft zitten realiseren. Met alle succes overigens, want deze gouaches zijn voor de meditatieve kunstbeschouwer telkens opnieuw een type amuse-gueule. Ook bij Rothko ging het overigens over het creëren van een leegte. Waarbij  Kapoor fijntjes opmerkt: “In wiskunde of filosofie gaat het ook om het non-object. Mijn gouaches zijn non-materiële objecten die de volheid in de leegte en de leegte in de volheid suggereren. Het zijn perspectieven vanuit de grot van Plato. Niet de schittering van de zon met open ogen willen bekijken, maar als de gevangenen van ons bestaan de weerschijn ervan trachten op te vangen tegen de wanden van de grot. Meer is ons toch niet weggelegd? Ik creëer ongevormde vormen.” Wanneer hij zich laat ontsnappen dat Rothko’ s kleuren toch ook slechts de nacht wilden uitdrukken, vraag ik hem waarom hij dan zoveel waterogige blauwen en roden toont? “ Dat is pure metaforiek! Jullie wetenschappers scheppen altijd betekenis langs de achterdeur!”

Ik denk inmiddels terug aan een sleutelpassage uit die monumentale roman van Robert Musil, “Der Mann ohne Eigenschaften”, een moment dat ik me altijd zal blijven herinneren, namelijk waarop Ulrich het heeft over dat “ barokke van de leegte ”, een ongelooflijk accurate omschrijving toch van ons omgaan met de absurditeit van het bestaan? En hoe de leegte die “resonantie van innerlijk geluid “ kent. Wellicht moet het dit soort ervaring zijn wat Kapoor beoogt aan ons te laten zien?  

Van melancholie naar nostalgie

Het is symptomatisch hoe mensen uit onze postmoderniteit er maar niet in slagen melancholie en nostalgie te onderscheiden! Dit zegt iets over onze tijd. Nostalgie is immers verlangen naar wat ooit bestond. Een auteur van Turkse origine - ik ga geen naam noemen - die maar niet kan wennen aan het afscheid van het bergland van zijn voorouders. Dit is inderdaad absoluut verlies. Dit is hunkering naar wat ooit was en nooit meer zal terugkeren. Dit is puur verlangen. Maar dit heeft niets te zien met melancholie. Melancholie is verlangen naar iets wat nooit is geweest, nooit heeft plaatsgehad. Het is evengoed iets fantasmatisch, maar wél van gans andere aard. Melancholie is wat spookt doorheen de hoofden van clochards en notoir psychiatrische patiënten, mensen die het hebben opgegeven uit te zien naar een beter bestaan ooit. Mensen die inmiddels voor zichzelf hebben uitgemaakt dit leven in compleet vervallen en abjecte toestand te zullen moeten uitleven, in ontbering, armoede, koude, honger en dronkenschap. Dit zijn dus geenszins onze nostalgisch gestemde yuppies van het moment, die het in onze weekendbladen breed uitblaten hoe hun zogenaamde “melancholie” hen wakker houdt. Ze misbruiken het begrip zonder ook maar één moment te beseffen waarop deze genuanceerde beet aan geschiedenis in wezen teruggaat.

Wanneer we naar de opbouw van de tentoonstelling van Anish Kapoor terugblikken, zien we niettemin een logische schoonheid aantreden. Het sluitstuk is namellijk het orgelpunt. Het heet “ My Red Homeland ”. Een roodgekleurde en naar machineolie geurende rotonde, gevangen in een cirkel, oogt als een film in slow- motion. Een kubusvormige slinger als een hamer zoekt zich tergend traag een weg doorheen de rode smurrie. Deze beweging laat telkens andere ruïneuze formaties achter. Dit symboliseert op accurate wijze zijn herinneringen aan zijn geliefde Indische thuisland. Ook wie nooit in Indië was, beleeft hier zijn Indian Adventure. Dit is onmiskenbaar een topwerk. Maar ... dit is voor alles genietbare “nostalgie”, toch?  Zo weet het tentoonstellingsparcours de bezoeker mee te tronen van melancholie via gevisualiseerde leegtes naar de thuishaven van de nostalgie. Een filosoof zou zuchten: van Heidegger naar Levinas? Van akelige tijdloosheid naar hoop? Van desolate verlatenheid naar een diep verlangen naar het beloofde land van oorsprong, toch? Dit is echter een wereld van verschil. Iemand kan zich bijvoorbeeld het huis van zijn vader in herinnering roepen. Toen vader er nog effectief wàs. Toen hij zijn zoon, toen het nog kon, ooit nadrukkelijk vroeg zijn schoenen te poetsen vooraleer naar de begrafenis te gaan. Zoiets. Dit is oorsprong. Dit heet nostalgie.  Maar gans iets anders is het te moeten blijven hangen in een onontwarbaar spinnenweb van verlangende gedachten en gevoelens zonder ook maar ergens, van ver of dichtbij, te kunnen wéten waarop dit ook maar zou kunnen teruggaan ... ! Dit heet melancholie. Melancholie is als de bijbelse Job die klagend en zelfverwijtend op zijn mesthoop volhardt in vragende stoutigheid. Hij namelijk die weet heeft van de leegte die gaapt wanneer hij zijn Heer zou durven te verlaten. Hij die heeft ervaren hoe leeg een huis wel kan zijn. De melancholicus is hij die lijdt onder de afwezigheid van afwezigheid. De afwezigheid van de Godot van Beckett valt nog best te verdragen. Moderne mensen hebben nu eenmaal leren zwelgen in Zijn vooraf afgekondigde dood, met zijn presentie áls afwezigheid, met de open doelkansen die dit bood op narcistisch “zwelzijn”. Maar minder zijn we vertrouwd met zoiets als de afwezigheid van Zijn afwezigheid. Dit tekent het melancholisch gemoed ten voeten uit. Eerst was God er gewoon altijd. Hij was het thuisgevoel zélf, ook al was hij er niet. Maar op een onbepaald moment, we weten niet goed wanneer precies, keerde hij niet meer terug naar huis. Toen restte er niettemin iets als eerlijke nostalgie naar zijn aanwezigheid van ooit. Maar thans zijn we aanbeland in een anderssoortige fase: nu is zelfs zijn afwezigheid niet langer aanwezig. Zo wordt het wel bijzonder stil in huis. Unheimlich stil zelfs.

Ik daal af naar mijn eigen herinnering. Het is er bepaald niet stiller op geworden. Ik zie in gedachten hoe kunstenaar Rothko zich destijds moet hebben voorbereid op zijn installatie in Houston Chapel. Hoe hij moet hebben gevochten met de gedachte dat de diverse wereldreligies zich toch nooit zouden kunnen vinden rond zijn esthetische idee van religiositeit, van zwijgzaamheid tegenover het leven. Hoe hij niettemin koppig doorwerkte om schildertechnisch dat ene licht te mogen toveren uit zoveel zwart. Zoveel zwartgalligheid. Hoe hij weloverwogen daarop zijn eigen voortbestaan weigerde, als een asceet die de zelfgekozen dood uitverkoos bij wijze van ultieme extase. Ik beken, ik heb moeten wenen bij het werk van Rothko. Het is een meditatie over wat één verlies kan betekenen aan totaalverlies.

Zou elk bestaan dan misschien niet méér zijn dan plagiaat? De melancholici onder ons laten aan ons de keuze.

MAC’s, site van Le Grand-Hornu, rue Sainte Louise, Hornu
Tot 6 maart 2005, van 10 tot 18 uur, maandag gesloten
Tel. 065  65 21 21
www.mac-s.be