Logo Joannes Késenne

madpxl

Een portret van de kunstenaar als een kabbalist.

Een verblijf onder de tenten van Belu-Simion Fainaru.

'Wat is een kunstenaar ? Een man die alles weet, zonder er zich rekenschap
van te geven. Een filosoof ? Een man die niets weet, maar die er zich
rekenschap van geeft.'

E.M. Cioran
'Le crépuscule des pensées.'

Mijn afdaling in de beeldwereld van Fainaru had evengoed als een sprookje kunnen klinken. Zoals een meisje bijvoorbeeld, dat verdwaalt in het grote beeldenbos en tot tranen toe bewogen verlangt naar huis wanneer het begint te schemeren. Het had ook een simultaan schaakspel kunnen worden tussen een man en diverse visuele rebussen. Of nog: een nieuwsgierige bolleboos die zijn tanden stukbijt op de vraag waarom hij in zijn spiegelbeeld omgekeerd verschijnt.
Neen. Het is niets van dit alles geworden.
Het werd een innerlijke dialoog, een gesprek gevoerd tussen de filosoof in mezelf en de zwijgplicht van mentale beelden. Oog in oog met de iconografie in de kunst van Belu-Simion Fainaru, voel ik me verwant met de filosoof in het boek 'Le philosophe et le cabaliste' (1) van Rabbi Moïse Hayim Luzzatto, een achttiende eeuwse kabbalist uit de school van Luria van Safed. Daarin ondervraagt de anonieme filosoof , een incarnatie van de westerse filosofie als zodanig, de kabbalistische stellingen van de auteur . Het is een onderzoek naar de kabbala als de ontvangen traditie uit goddelijke openbaring. De kabbalist heeft iets gemeen met de profeet. Een profeet toont immers al evenmin de hemelse glorie op directe wijze, maar wel via bemiddeling van beelden en visoenen. Maar de kabbalist is daarmee nog geen profeet. De kabbalist geeft een interpretatie van het profetische visioen. Bij gebrek aan het visioen zelf, ontoegankelijk geworden na het uitdoven van de profetie, de destructie van de tempel en de diaspora, levert de kabbala een exegese van de bijbelse teksten waarin de profetische beelden zijn bewaard. 'Wat de profeten gezien hebben, hebben de wijzen becommentarieerd,' zegt de kabbalist. De filosoof echter verlangt naar een essentie als fundament. Maar de kennis die de kabbala belooft, geeft inzicht in het onzichtbare uitgaande van het zichtbare. Een beeld verwijst naar iets anders dan zichzelf en stelt daardoor iets van de orde van het onbewuste tegenwoordig. Het bijbelse beeldverbod heeft geen betrekking op het gevaar zich een antropomorf beeld te maken van de godheid, dan wel dat de mens verzocht wordt niet zijn eigen spiegelbeeld te aanbidden! Een mens moet niet teveel leven onder druk van de blik gericht op zichzelf. In beeldcreatie manifesteert zich het verlangen aan het object een symbolisch statuut te verlenen, weg van elk navelstaren. Scheppen is immers herscheppen. En uit die schijnbare herhaling ontstaat een nieuwe wereld, niet ter vervanging van de bestaande, maar als een openbreken ervan. Onder het bestaande zit een potscherf verborgen die nood heeft aan verbeelding om zich een voorstelling te kunnen maken van de mythische oorsprong. In het boek Berechit (Genesis) staat geschreven: 'Yaphet moet verblijven onder de tenten van Shem', 'Het schone moet verblijven onder de tenten van de Naam', van de waarheid. Het ethische laaft zich aan het esthetische als aan het goede 'voor-beeld'. Of hoe Jacques Derrida zich in 'Sauf le nom' (2) al schrijvend een weg baant naar de deconstructieve ervaring als mogelijkheid van het onmogelijke. Een naam blijft altijd een bijnaam, omdat de naam van de eigenlijke titularis zich schuil houdt tussen de plooien van de geschiedenis. Zo schrijven en zeggen we ook: 'In naam van ... '

OUT OF PLACE – BELONGS NOWHERE AND TO ANOTHER TIME

Eén van de centrale gedachten van het judaïsme is het concept van een volk dat het beloofde land uitgestrekt voor zich ziet liggen, maar dat tegelijkertijd altijd elders is, voor immer ergens onderweg, nooit het eindstation zal binnenrijden. Dit kenmerkt ook het joodse tijdsbegrip. Niet het cyclische, destructieve en tragische tijdsverloop dat eigen is aan het Griekse denken, maar het deelachtig zijn aan een eeuwige, ritmische, pulserende, stromende worden. De levenstijd als oppervlakteverschijnsel van een onbestemde, sacrale tijdsdimensie. 'De Torah onderwijst de mens zich te bevrijden van de ruimte, niet door haar uit te sluiten, maar wel door de realiteit te denken in termen van duur', schrijft Nadine Shenkar. (3) In die geest bouwt Fainaru zijn tentoonstelling op in 'het buiten' dat binnen de ruimte van het museum overblijft. In de zogenaamde 'niet –tentoonstellingsspecifieke ruimtes van het museum. Op de non-plaats.

ELIAHUS CHAIR

LE PLUS PETITE SCULPTURE DU MONDE

YOU HAVE ALWAYS TO START ANEW

URINOIR

ALEPH SINK

SHABATH SINK

SHABATH CANDLES

COFFEE TABLE

HANOUKIA – SOKE – TABLE

JERUSALEM EARTH CHEMISE

JERUSALEM EARTH UNDERWEAR

KETOUBA


(1) LUZZATTO, Rabbi Moïse Hayyim, 'Le philosophe et le cabaliste. Exposition d'un débat'',
Ed. Verdier, Coll. 'Les Dix Paroles', Lagrasse, 1991.

(2) DERRIDA, Jacques, 'Sauf le nom', Ed. Galilée, Paris, 1993, p.32.
(3) SHENKAR, Nadine 'L'Art juif et la Kabbale', Nil Editions, Paris, 1996, p.57.