Logo Joannes Késenne

madpxl

Dissectie van het schone

Onder de impuls van dame Nicole Christiaens zochten de 'Vrienden van het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst' te Oostende beschutting tegen de museale stormen in hun eigen 'Kunsthuis' aan het Vissersplein. Tussen de geur van zeevruchten en vissersbootjes zou Süsskind hier inspiratie kunnen opsnuiven om zijn parfumboek te kruiden. En met een beetje geluk trap je hier op de schaduw van Eric De Kuyper, wanneer de estheet tijdens één van zijn talrijke 'promenades solitaires' bij toeval deze richting zou durven opzwemmen.

'Het Kunsthuis' pakt deze zomer uit met werk van de veelbelovende kunstenaar Yves Velter. Eerder waren hier al te gast: Cel Crabeels, Louise Bourgeois, Berlinde De Bruyckere, Herman Bellaert, Alain Buttard ..., om een losse greep te doen uit deze rijke vangst. Maar de jongeman die hier vandaag aantreedt is uit ander hout gesneden. Hij weet niet hoe een kunstacademie er van binnen uitziet, want heeft een technische opleiding in zijn binnenzak. Aan de eerste werken die hij maakte kan men dit nog goed aflezen. Het zijn schilderijen die doen denken aan plannen voor machinebouw. Zijn fascinatie voor mechanische beweging liet hem niet los. Velter haalde technische elementen uit hun context om de schoonheid van de techniek te laten zien. Zo kon hij zijn passie voor machines ombuigen tot een esthetisch verhaal uitgepuurd tot lijn, kleur en materie. Sporen van techniek blijven ook door zijn later werk spoken. Men zou kunnen stellen dat de artistieke koers die Yves Velter vaart, verder beheerst wordt door een consequent doorgedreven zelfonderzoek naar deze obsessie voor het machinale: wat is het dat mij zo boeit  aan techniek?  Langzaamaan verschijnen dan organische elementen in de werktuiglijke vormen. In een bepaald werk zie ik zuigerstangen die in elkaar vergroeid zijn. Ze zouden nooit kunnen werken. Hij noemt het 'mutaties van zuigerstangen'. Ook bij Panamarenko hebben de tuigen niet de pretentie ooit te werken.

Vorig jaar nog stelde hij een tentoonstelling van eigen werk samen in het Museum voor Schone Kunsten te Oostende onder de titel: 'Serendipiteit'. Bedoeld is de gave om door toevalligheden en intelligentie iets interessants te ontdekken waar men niet naar op zoek was. In het wetenschappelijk onderzoek zijn daar tal van voorbeelden van te geven. Neem bijvoorbeeld de uitvinding van penicilline. Alexander Fleming cultiveerde bacteriën, maar stelde vast dat ze regelmatig werden aangetast door een soort schimmel. Eerst deed hij verwoede pogingen om dit euvel weg te werken. Maar toevallig bekeek hij de zaak eens vanuit een therapeutisch oogpunt: de schimmel was in staat bacteriën te doden! Daarmee was de penicilline uitgevonden. De paddestoel moest alleen nog worden geïdentificeerd, gekweekt en tot medicament bereidt. Voor de uitvinding van röntgenstralen geldt een vergelijkbaar scenario. Velter nu stelt ditzelfde principe vast bij de conceptie van zijn eigen werk. Hij werkt concreet naar een     thema toe, plots lijkt alles in het water te vallen, maar toch heeft hij iets boeiends gevonden als vertakking van het oorspronkelijke. Dat wordt dan zijn hoofdthema. Voor de tentoonstelling in Oostende maakte hij een aantal werken waarin het principe van serendipiteit op diverse terreinen terugkeert: geheugenverlies, toevalsstudie, serendipiteit in vormgeving, enzovoort.
 
Voor zijn show in 'Het Kunsthuis' gaat hij nog een stap verder in zijn analyse van wat hem zo intrigreert in machines: wat zit er van binnen in? Hij vertelt dat hij als kind tijdens het spelen altijd de neiging had om de dingen waarmee hij bezig was kapot te maken. Een radio openprutsen om te zien wat er nu precies muziek maakt. Dit gaf hem rust, ook al had hij nog geen kennis van electronica. Of neem nu een dode muis. Hoe zit een muis die kan rondlopen in mekaar? Dan maar opensnijden om de smurrie en organen van binnen te bekijken. Dit gevoel van rust zonder kennis te hebben, achtervolgt hem tot vandaag. Volwassenen zijn doorgaans maar gerust vanaf het ogenblik dat ze kennis hebben, dat ze het onder de knie krijgen. Maar talrijk zijn de situaties waarin dit niet mogelijk is. Neem nu een visite bij de dokter. We worden overladen met medische termen waarvan we geen jota begrijpen, maar toch gaat de patiënt buiten met een gerust gevoel. Dit is dikwijls het geval wanneer de zaken te complex zijn.
Het openen van toestellen uit de kindertijd grijpt de kunstenaar aan als metafoor voor het werk dat hij thans maakt. Omdat hij tracht vat te krijgen op het begrip 'vorm', snijdt hij de vormen open. Objecten in gietstaal laat hij in de lengte doorzagen. Het ruwe oppervlak wordt afgeschuurd en met de slijpschijf en schuurpapier zacht gemaakt. Ze blinken als een spiegel. Ze doen me denken aan menselijke of dierlijke beenderen. Maar Yves Velter ervaart bij dit proces een zekere mentale rust. Zijn dissectie stopt daar niet mee. Omdat men nu eenmaal bezwaarlijk mensen kan opensnijden, maakt hij voorstellingen van synapsen. De synaps is de plaats van functioneel contact tussen de zenuwcellen. Voor Velter is deze zenuwverbinding de meest tastbare voorstelling van het denken, waarin alle schakelingen en stimuli die verantwoordelijk zijn voor het denken, plaatsvinden. Maar vreemd genoeg stoot hij bij zijn onderzoek naar de vorm op een vormgelijkheid tussen de synaps en de uterus. De serendipiteit slaat weer onverhoeds toe, want zijn passie voor de vrouw keert op die manier terug via de gesculpteerde anatomie van zijn gedachtewereld. Vermits ik deze geheime agenda bij de aanvang van ons gesprek al stiekem had vermoed, verliet ik zijn atelier als een gelukkig man. Een zelfgenoegzaam gevoel van bevestiging bezorgde mij een opstoot van adrenaline in de richting van mijn hersenmassa. 'Kunst als gynecologisch onderzoek', klinkt nog niet zo gek als titel voor een essay.

Joannes Késenne

----------------
Tentoonstelling 'Rust' van Yves Velter in 'HET KUNSTHUIS' (Straatje-zonder-Eind, bij het Vissersplein te Oostende) van 6 juni tot 2 augustus (open 15u.-18u. op vrijd, zat. en zond.)