Logo Joannes Késenne

madpxl

Drollige Delvoye

Enige jaren geleden benaderde een eindejaarsstudent beeldende kunsten zijnen leermeester schuifelend met de vraag of hij eventueel ook misschien mogelijks ge weet nooit over hét onderwérp 'tatoeage' één scriptie mocht schrijven. Meer dan drie jaar lang had hij in zijn atelier zichtbaar met z'n duimen zitten draaien. Maar plotsklaps scheen hij in feite eigenlijk te weten wat hét was wat hij wilde en nooit voordien had geweten of durven zeggen. Hij noemde het toen nog braafweg 'lichaamskunst'. En zo gebeurde het. In tegenstelling tot deze student van toen, is wat het kunstenaarschap van Delvoye definieert een diep gat op diezelfde plek van schroom. Evenmin als zijn getatoeëerde varkens die heden vrolijk ploeteren onder het lover van Middelheim, is gêne hem vreemd. Is het niet precies dàt wat altijd al met 'vrije' kunsten moet zijn bedoeld! Delvoye - lieve "del kijk" dan toch - kwam op een blauwe maandag hele¬maal uit het West-Vlaamse Wervik gekropen om zich in't stàd in de kunsten te bekwamen. Edoch hij bleef na zijn academiejaren niet op zijn overigens luie kont zitten. Als twintiger beschilderde hij al wellustig Perzische tapijten dat het een feest was, spoot ejaculerend Delftse tegels op explosieven, voorzag moeders strijkplank van heraldische symboliek, veranderde de mortel op de betonmolen in matrozenblauw en zag dat het goed was nog voor hij rustte. De kunstmarkt 'sceen' zijn kwinten te lusten en zo overkwam het dit talent om via Milaan, Venetië¬, New York, Kassel, Jerusalem, San Francisco, Sao Paulo en Kwanju weer door te stoten tot in de bossen van Antwerpen. Ook Jan de Lichte is al geruime tijd verbannen naar dit reservaat van beeldige onschuld. Deze volksheld wordt hier hopelijk warmgehouden tot de dag van de volgende verkiezingsuitslag vooraleer ie zijn sokkelende rustplaats toch nog mag beklimmen. Maar uitgerekend temidden dit doorgangskamp wordt den Delvoye naar verluidt ingehuldigd als ene 'kunstenaar van de besmetting', zo lees ik tenminste in de 'kat-aars-loge'. Kennelijk zijn ze in Antwerpen de middeleeuwse pest nog niet vergeten. Maar ik meen mij toch geen pest te herinneren tijdens de barok? Nochtans blijven Delvoyes goede werken schatplichtig aan eenzelfde perversies als waarvan ik een Bernini, een Zurbaràn of een Velàzquez pleeg te verdenken. In vogelperspectief droogneuken tegen een prikkekast van goudvinken. Op var¬kensleer naakte wijven printen. Dwars doorheen een aarsopening de hemelkoepel uitbraken. Een Vlaamse goal tot Chinese hemelpoort promoveren. Gierigweg waterputten vastspelden aan een wasdraad van piswater. Drollen schilderen in plaats van leggen op een ziekenhuisvloer-ke. De koebeesten het lachen verleren.  De stenen tafelen doen spreken. Marquis de Sade doen draaien als een windroos. Kijkers in de kijker zetten. Moet kunnen voor een meester van de illusie toch?. In de 'betere' pers wordt de man opgevoerd als een authentieke uitgave van Breugheliaanse authenticiteit. Jeweetwel: 'stijlvol vettig'. Zo kweilt ook al een generatielang een authentiek exemplaar uit de westhoek heimatliederen in onze steedse oortjes. De kunst van Wim Delvoye is vast niet van plan om de zwintjes in te ruilen voor raspaarden.  Met spijt in hart kan hij de excrementen van zijn varkentjes niet tatoeëren.

-----------------------
tentoonstelling 'Wim Delvoy' in het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim te Antwerpen, nog tot 16 november '97 (10u. - 17u., ma gesl.)